Ik ben een stadsmeissie. A citygirl, living in a concrete jungle. Met mensapen. En poelen van bubbletea en gin tonic. Ik zeg altijd maar zo: als ik niet op loopafstand van de Bijenkorf kan wonen, wíl ik er niet wonen. Ook al is de Bijenkorf alláng ‘De Bijenkorf’ niet meer, zoals mijn moeder sinds tien jaar pleegt te zeggen, net zoals de Albert Heijn ‘de Albert Heijn’ niet meer is en Maison de Bonneterie… ach laten we het daar maar niet over hebben.

Ik ben een stadsmeissie in de ruimste zin van het woord. Opgegroeid in Schiedam en Rotterdam, getogen in Amsterdam en neergedaald in het Haagse, heb ik altijd gepakt wat ik pakken kon in die zalige mélange die een grote stad te bieden heeft. Het parfum van Chinatown bevalt mij nu eenmaal beter dan de mestlucht van Sexbierum.

Met alle respect voor het platteland en het dorpse leven, maar daar ga ik liever naar toe voor een short stay. Léven doe ik in de stad. Natuurlijk: ik parkeer mijn auto makkelijker in een nieuwbouwwijk dan in mijn doorgaande straat. En mijn dochter zie ik graag bij oma de deur met het touwtje uit de brievenbus opendoen en daarna de trampoline in de ruime achtertuin lustig bespringen. Nadat ze eerst met modder onder haar schoenen sprinkhanen en regenwormen uit heeft gespreid op de keuken­tafel. Maar een zwerver zoenen doet ze in de stad (echt gebeurd!) En ik was er trots op. En de bebaarde man zonder vaste woon- of verblijfplaats óók. Leren fietsen doet ze in de stad. Leren skaten doet ze in de stad. Onderhandelen in een winkel over de beste prijs voor een felbegeerd item doet ze in de stad. Haring happen naast een minister op het Binnenhof doet ze in de stad. Met de fiets langs alle theaters gaan doet ze in de stad. Een praatje aanknopen met een groepje
travestieten voor een nachtclub doet ze in de stad. Als een morgenster langs het grofvuil struinen, voordat ze naar school gaat, doet ze in de stad.

We wandelen samen over een laan waar Eline Vere in Couperus’ roman wandelde. We lopen binnen bij een eeuwenoud gebouw, waar ooit gevangenen werden gefolterd. We staan stil op een plein waar in de Tweede Wereldoorlog honderden joden werden opgepakt. We zien standbeelden van mannen die misschien geen standbeeld meer verdienen. We drinken thee in een oud paleis dat al sinds jaar en dag een befaamd hotel is en bespreken of we morgen naar het strand gaan fietsen. Of gaan we kijken of de Japanse tuin open is in Park Clingendael? Pakken we de metro naar Rotterdam of tram 6 naar de Haagse Markt? Er is een coole expo in het Kunstmuseum! Een modeshow in de Grote Kerk! Eén ding is zeker: we gaan vanavond roti halen in de Boekhorststraat.

Terug naar huis zien we hoeveel mooie winkelpanden leeg staan met posters
‘te huur’ erop. Die stonden vorige maand ook al leeg. En de maand daarvoor ook.
Verderop is een historische gevel felroze beplakt en met lelijke lettertypes wordt duidelijk dat zich hier de nieuwste trend in gemakzucht heeft gevestigd: de snel­bezorgservice. Ik ontwijk een slecht afgezette bouwput en krijg een verontschuldigende blik van een in neongekleurd pak gehulde verkeersregelaar. Hij stond even iets op zijn telefoon te checken. Of deed een online bestelling, wie zal het zeggen. Mijn dochter wijst naar een paar meeuwen die bezig zijn een vuilniszak open te rijten. Op de verkeerde dag buiten gezet, waarschijnlijk door een expat.

‘Er komt binnenkort een hele brede tram en daarom moeten al die bomen hier weg, zielig hè?’ zegt ze. We plukken stiekem wat zaadjes van een stokroos uit de weelderige geveltuin van een buurman. ‘Deze gaan we planten, dat staat zo gezellig’.

ANNE-MARIE JUNG

Actrice, comédienne & zangeres
Onder andere bekend van Het Klokhuis, Wie is de Mol, Foute Vriendinnen, Tweede Hans en haar podcast de VaginaDialogen
Won een Gouden Beeld met haar trio Bifi’s
Getrouwd met Burt Rutteman
Moeder van Sue
Woont in Den Haag
Meer over Anne-Marie
Insta: @annemariemetstreepje

Meer lezen? Klik dan hier en lees verder op pagina 32 t/m 33 van LEVEN! Magazine #49

Fotografie: Bart Honingh