Volgens mijn kinderen zou ik meer moeten doen met social media. Een BN’er die zich niet regelmatig online hoereert, is volgens mijn oudste zoon van 15 geen échte BN’er. Volgens hem tel ik niet mee als ik op Instagram niet af en toe schaamteloos een portie rijstnoedels aanprijs, trekdrop proef of tegen de veroudering vecht met een infraroodmasker op mijn gezicht.
Maar, werp ik dan tegen, ik wil helemaal niet vechten tegen de veroudering. Het is anders hard nodig, pap. En je hebt tegenwoordig trouwens ook Tena Lady voor mannen, daar is veel geld mee te verdienen. De mensen vreten die content en de bedrijven staan in de rij, aldus de CEO van 15 bij ons thuis. Iedereen die nu al op mijn Instagram zit te zoeken naar een post waar ik met een luier om poseer, moet ik meteen teleurstellen. Ik heb de strijd om waardigheid namelijk nog niet verloren en ga dan toch liever als niet-influencende derderangs nep BN’er door het leven. Als ik iets te melden heb, dan doe ik dat wel op het oude, vertrouwde medium tv. Daar heb ik toch het gevoel dat ik dichter bij mezelf kan blijven. Al wordt ‘jezelf zijn’ ook op dat medium door sommige van mijn collega’s iets te letterlijk genomen. Want leeglopen voor een miljoenenpubliek over een verdwaalde dildo in je darmkanaal is ook weer niet de authenticiteit die ik bedoel.
Hoe dan ook is authenticiteit, zij het een grammetje minder, uiteindelijk wel gewoon de sleutel. Op tv, op kantoor of in de bediening op het strand, eigenlijk gewoon overal. En daar moet je voor blijven vechten, door enerzijds niet te veel in jezelf te gaan geloven en tegelijkertijd je eigen koers blijven volgen door je niet te conformeren aan zogenaamde ongeschreven regels. Ik weet daar alles van. Al mijn hele leven krijg ik te horen dat het vast wel niets zal worden met mij. Hoe vaak werd mij op school en ook daarna niet op het hart gedrukt: ongeschreven regels zoals de tv-wetten zijn er niet voor niets. Zelfs toen ik in de eerste twee jaar na mijn opleiding journalistiek al een bescheiden tv-succesje had, vond mijn oud-leraar Thed Brans het nodig om mij in een interview de maat te nemen met de woorden: De grootste bedreiging voor het merk Rutger is Rutger zelf. Ik zou met mijn interviewstijl een fuik inzwemmen die het einde van mijn tv-werk zou inluiden. Al bij TV Rijnmond werd mij aangeraden om wat serieuzer te zijn. Vervolgens was GeenStijl niet goed voor mij en Omroep PowNed al helemaal niet. Daar zou ik mijn talenten verkwanselen en tegen een blinde muur aan klappen.
Het zijn veelal de typische Gooische tv baasjes die dit soort wijsheden tot wetenschap hebben verheven. Ik weigerde met dat TV-soepie mee te doen en dat weiger ik eigenlijk nog steeds. Simpelweg omdat ik liever een pad bewandel dat dichtbij me ligt en waar ik bovenal plezier uit haal. Liefst ongepolijst en zonder opsmuk en dedain. Misschien is het daarom wel dat ik me zo thuis voel op Scheveningen. De lelijkste badplaats van de wereld, maar wel MIJN lelijkste badplaats, met haar bewoners en hun authentieke en unieke no-nonsens mentaliteit. Hoe anders is dat bijvoorbeeld in Amsterdam, waar ik tien jaar woonde en waar volwassen mannen op een skateboard en een koffie to go lekker geforceerd nonchalant New Yorkertje spelen. Windowdressing van de hoofdstad
tegenover het volkse ‘what you see, is what you get’ van Scheveningen. Geef mij maar het laatste. Inmiddels woon ik nu ook al zo’n tien jaar op Scheef, waar ik lekker ongestoord mijn eigen dwarse ik kan zijn. Bij mijn lievelingsbeachclub Patagonia, met een Haags bakkie pleur van Brute Bonen, een mals stukje bavette van Slagerij Paalvast en de kekke shirts van Scheef.nl. Ik ben trots op Scheef, maar mijzelf hoereren met
stiekeme reclame voor gratis spulletjes? Dat nooit.
✍🏻 Rutger Castricum
📸 Bas Adriaans
