Sinds een jaar rust de ambtsketen op haar schouders. Ze kende Den Haag al, maar als burgemeester is de stad nog meer “aan haar gegroeid”. Pauline Krikke over haar ontdekkingstocht door de stad, opvallende ontmoetingen en typisch Haagse fenomenen.

Als kind droomde Pauline Krikke van verre verten. Bij iedere bus die ze in haar geboorteplaats Sneek voorbij zag rijden, keek ze verlangend toe. In elke trein wilde ze aan boord en bij ieder vliegtuig dat overvloog, vroeg ze zich af waar de reis heen ging. “Ik ben in Friesland rustig groot geworden,” vertelt Pauline Krikke (1961) in haar werkkamer op het  Haagse stadhuis. “Ik heb me daar echt los moeten maken. Op mijn achttiende ging ik weg om in Amsterdam te studeren. De wijde wereld trok en dat is nooit overgegaan.

Door mijn bestuursfunctie bij het Rode Kruis heb ik talloze bijzondere plekken mogen zien. Ik bezocht vluchtelingenkampen en opbouwprojecten. Onderweg heb ik meestal iets te doen: je volgt de voortgang of draagt bij aan empowerment van de bewoners. Dat vind ik de essentie van reizen: het contact van mens tot mens.” Vorig jaar februari zei ze ja tegen een nieuw avontuur met Den Haag als langdurige tussenstop; ze werd burgemeester van de hofstad.

Bijzondere ontmoetingen

Ook waren er vele ontmoetingen met ‘gewone’ Hagenaars. Zo liep Pauline Krikke voorop tijdens het The Hague Rainbow Festival in juni 2017. “De eerste Gay Pride van Den Haag; dit thema moet onder de aandacht blijven. Voor lang niet iedereen is het vanzelfsprekend dat mensen van hetzelfde geslacht een relatie hebben. Als burgemeester zet ik me in voor acceptatie en emancipatie.”

Ze is onder de indruk van hoeveel Hagenaars vrijwilligerswerk doen. “Dat zoveel mensen zich inzetten, had ik niet verwacht. Van tuinieren in de stadstuin tot buurtvaders die rondes lopen en van koken voor ouderen tot assistentie bij theaterbezoek. Vrijwilligers die ook nog eens hard moeten trainen, trof ik bij de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij. Ik voer mee op een boot en hoorde over het belangrijke werk dat ze doen.”

Goede en slechte tijden

Ze maakt feestelijke momenten mee, maar ook verdrietige. “Als er ’s nachts een grote brand is, zoals vorig jaar op de Beeklaan, ga ik naar de bewoners toe om hen een hart onder de riem te steken…” Lees gratis verder op pagina 20 t/m 25 van LEVEN! magazine door hier te klikken.

Tekst: Caroline Ludwig
Fotografie: Roel Rozenburg (Atrium Stadhuis), Martijn Beekman (Bezoek Gutteres)

REAGEER