Een aantrekkelijke woonstad, dat had het Haagse gemeentebestuur rond 1850 voor ogen. De voornaamste doelgroepen waren de adel, renteniers uit Nederlands-Indië, Rotterdamse havenbaronnen en andere welgestelde burgers. Een belangrijk onderdeel van  het beleid was het stadsgroen.

Hulp van Oranjes

In de duinen ten noorden van de Scheveningseweg werden bomen geplant en paden  angelegd. En zo ontstonden de Scheveningse Bosjes waar de bemiddelde burgers konden flaneren. Dat Den Haag een groene stad is, heeft het niet alleen aan de gemeentebesturen te danken, maar ook aan de Oranjes. Aan het begin van de Tachtigjarige Oorlog is in de Staten van Holland geopperd het Haagse Bos te kappen en het hout te verkopen om de oorlog te fi nancieren. Gelukkig stak Prins Willem I daar een stokje voor. In de Acte van Redemptie liet hij vastleggen dat het Haagse Bos niet gekapt mocht worden. Daardoor heeft Den Haag nu nog een bos midden in de stad, als bouwgrond zou dat veel geld opbrengen. Ook koning Willem II leverde, echter zonder zich daarvan bewust te zijn, een bijdrage aan het groene karakter van de stad. Achter zijn paleis Kneuterdijk lag een tuin die tot de singel reikte; over de singel liet hij een park aanleggen, het Willemspark. Om deze en veel andere liefhebberijen te financieren moest hij veel geld lenen. Zijn erfgenamen  hebben na zijn dood allerlei bezittingen moeten verkopen om de schulden te vereffenen. De tuin en het park werden verkocht aan de stad, met als voorwaarde dat het Willemspark zijn parkachtige karakter zou behouden, ook al werden er later twintig herenhuizen en twintig villa’s gebouwd.

DE GEMEENTE KOCHT BUITENPLAATSEN OP EN ZO BLEEF DIT BIJZONDERE STADSGROEN BEHOUDEN

Alle rangen en standen

Ook de stadsbestuurders in de 20ste eeuw zetten het beleid voort om Den Haag een aantrekkelijke groene woonstad te laten zijn, maar nu voor alle rangen en standen. De gemeente kocht de ene na de andere buitenplaats op. Zo bleef deze bijzondere vorm van stadsgroen behouden, althans voor een groot deel. Om allerlei redenen werd er hier en daar toch gebouwd. In Marlot verrees een kleine woonwijk, op Oostduin een kantoorgebouw van Shell en op Reijgersbergen het automobielmuseum van Louwman. In zijn uitbreidingsplan had Berlage overal plantsoentjes ingetekend en twee grote parken. Deze werden in de jaren 20 aangelegd: op het zand kwam het Westbroekpark en op het veen het Zuiderpark. Dat laatste werd een groot park ten dienste van de dichtbevolkte arbeiderswijken die ver verwijderd waren van duinen en bossen. Na de Tweede ereldoorlog werden er in Den Haag Zuid-West woonwijken aangelegd volgens het  structuurplan van Dudok. Er was woningnood, dus er werd flink gebouwd, maar langs alle straten, singels en doorgaande wegen werden bomen geplant en de ruimte tussen al die flats was ook groen. Aan de rand van de dichtbevolkte stadsdelen Escamp en Loosduinen legde men later de grote recreatiegebieden Madestein en de Uithof aan. Ook Mariahoeve werd een groene wijk. Bij de stadsvernieuwing in de vooroorlogse wijken, zoals de Schilderswijk, ging het niet alleen om licht, lucht en ruimte, maar ook om groen. Langs de straten plantte men bomen en er werden plantsoentjes aangelegd; dat was een grote vooruitgang voor deze wijken. En de straatbomen in de binnenstad kregen een grote onderhoudsbeurt; zo werd bijvoorbeeld in zeven jaar tijd de hele boomgordel langs de stadssingel opgeknapt.

Meer meer meer

Het groen is ook nu nog een essentieel onderdeel van de citymarketing van Den Haag. Redenen voor de recente intussen ingetrokken – plannen voor een Internationaal Park  Scheveningse Bosjes, Westbroekpark) zijn ‘het verbeteren van het vestigingsklimaat en de stad aantrekkelijker maken voor expats’. Op het stadhuis wordt druk gewerkt aan een nieuw beleidsplan voor het Haagse groen. Daarbij vlamt wel van tijd tot tijd de discussie op of Den Haag eigenlijk wel de groenste stad van Nederland is. Deze bewering van de gemeente lijkt in strijd met de cijfers van het onderzoeksbureau Alterra uit Wageningen. Bewoners wijzen ook op het feit dat Den Haag op zomerse dagen het meest van alle steden een zogenaamd hitte-eiland is. Nu lopen de Haagse gemeentegrenzen een beetje ongelukkig. Clingendael en Oosterbeek liggen op Wassenaars en Overvoorde op Rijswijks grondgebied. Daarom tellen zij offi cieel niet mee voor het Haagse groen, terwijl veel Hagenaars van deze gebieden profi teren. Hetzelfde geldt voor een groot deel van de Oostduinen. Den Haag heeft ook pech met de grondsoort waarop de halve stad gebouwd is. Steden op het zand hebben namelijk meer last van hitte dan steden op klei en veen. Men kan lang discussiëren over cijfers, defi nities en grenzen, maar het is verstandiger om tot een praktische conclusie voor het gemeentelijk beleid te komen. Gezien de waarde van het groen voor de beleving, gebruik, klimaat en ecologie kan Den Haag niet met minder groen toe. Eerder geldt: meer, meer, meer. Om te beginnen in de meest versteende stadsdelen, Centrum en Laak. Ook de komende Agenda Ruimte voor de Stad, waarin plek wordt gezocht voor 20.000 woningen extra, moet groen zijn.

AANTREKKELIJK GROENE, MAAR TEGELIJK DICHTBEVOLKTE EN VERSTEENDE HITTE-EILAND

Tegenstrijdig

De Oranjes en diverse gemeentebesturen hebben hun bijdrage geleverd aan het groene karakter van Den Haag. En wat doen de huidige bewoners voor het stadsgroen? Dat is nogal tegenstrijdig. Zodra de gemeente bekend maakt een boom te willen kappen, wordt deze door omwonenden omarmd. Zelfs als het een oude populier betreft waarvan de takken binnenkort gaan vallen, worden er affi ches geplakt met ‘laat mij staan’. Aan de andere kant rooit de een na de ander de struiken in zijn tuin en legt er tegels. Tweeverdieners hebben geen tijd om de tuin te onderhouden en jongeren weten vaak niet meer hoe dat moet. Bovendien wil men vaak voor het huis een plek hebben om de fi etsen te parkeren en achter het huis om te barbecueën. Het wordt tijd dat Hagenaars zelf ook een bijdrage leveren aan het vergroenen van het aantrekkelijk groene, maar tegelijk  dichtbevolkte en versteende hitte-eiland Den Haag.

Vrienden van Den Haag
De Vrienden van Den Haag bewaken bij bouwplannen in de stad de juiste balans tussen behoud en vernieuwing. In deze exclusieve serie belichten zij telkens een opvallend stedenbouwkundig onderwerp. Meer informatie is te vinden op www.vriendenvandenhaag.nl